ECLI:NL:PHR:2008:BD5511
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsaanbod in geschil over behoud Egyptische nationaliteit
In deze zaak staat centraal of het bewijsaanbod van de vrouw als tegenbewijs kan worden aangemerkt tegen het bewijs van de man dat hij de Egyptische nationaliteit heeft behouden of herkregen. De rechtbank had geoordeeld dat de vrouw de bewijslast draagt voor haar stelling dat de man afstand heeft gedaan van zijn Egyptische nationaliteit, en dat de man toegelaten werd tot tegenbewijs, maar daarin niet slaagde.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van de vrouw wegens onvoldoende specificatie, waarbij het hof dit aanbod kwalificeerde als een aanbod tot het leveren van nader bewijs en niet als tegenbewijs. De vrouw stelde dat het bewijsaanbod als tegenbewijs moest worden gezien, zodat het hof dit niet had mogen passeren.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het bewijsaanbod van de vrouw kan niet als tegenbewijs worden gekwalificeerd, omdat de bewijslastverdeling ongewijzigd blijft en het hof aan het oordeel van de rechtbank gebonden is. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen wegens onvoldoende gespecificeerd bewijsaanbod dat niet als tegenbewijs kan worden aangemerkt.