ECLI:NL:PHR:2008:BD5981
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt teruggeleiding kinderen bij internationale kinderontvoering ondanks beroep op weigeringsgronden HKOV
Deze zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van vier minderjarige kinderen die door hun moeder ongeoorloofd naar Nederland waren overgebracht vanuit België, waar zij gezamenlijk gezag hadden. De moeder beriep zich op twee weigeringsgronden uit art. 13 lid 1 HKOV Pro: het ontbreken van daadwerkelijke uitoefening van het gezag door de vader en het ernstige risico dat de kinderen bij terugkeer in een ondraaglijke toestand zouden verkeren, mede vanwege de vrees dat de vader met hen naar Algerije zou vertrekken.
De rechtbank gelastte de terugkeer van de kinderen naar België, een beslissing die door het hof werd bekrachtigd ondanks het hoger beroep van de moeder. Het hof oordeelde dat de vader het gezag daadwerkelijk uitoefende, mede omdat hij omgang met de kinderen had en zich hun belangen aantrok. Tevens achtte het hof het risico dat de vader met de kinderen naar Algerije zou vertrekken niet aannemelijk, gelet op zijn vaste verblijf en onderneming in België en het ontbreken van eerdere klachten hierover.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de moeder. Het hof had de feiten zorgvuldig gewogen en de juridische criteria correct toegepast. De weigeringsgronden van art. 13 lid 1 HKOV Pro werden terecht niet aangenomen, waardoor de teruggeleiding naar België gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de teruggeleiding van de kinderen naar België.