ECLI:NL:PHR:2008:BD6396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid bloedonderzoek ondanks ontbrekend identiteitszegel
Op 17 juni 2005 werd verdachte in Nijmegen aangehouden wegens rijden onder invloed met een bloedalcoholgehalte van 2,28 mg/ml. Tijdens het onderzoek werd een bloedmonster afgenomen en verzegeld volgens de toen geldende Regeling bloed- en urineonderzoek. Hoewel het originele proces-verbaal niet voorzien was van een identiteitszegel, werd dit gebrekkige proces-verbaal aangevuld met een aanvullend proces-verbaal waarin het zegel alsnog werd toegevoegd.
Het hof oordeelde dat deze omissie voldoende was hersteld en dat het bloedonderzoek betrouwbaar was, mede omdat het nummer van het identiteitszegel overeenkwam met dat op het bloedmonster en het NFI-rapport. De verdediging stelde in cassatie dat het ontbreken van het zegel op het oorspronkelijke proces-verbaal het bewijs onvoldoende maakte, maar de Hoge Raad verwierp dit middel.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het bewijs van het bloedonderzoek geldig was. De veroordeling van verdachte wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 werd daarmee in stand gelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor rijden onder invloed ondanks de aanvankelijke omissie van het identiteitszegel op het proces-verbaal.