ECLI:NL:PHR:2008:BD7817
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbreking verschoningsrecht arts bij verdenking dood door schuld
In deze zaak stond de vraag centraal of het verschoningsrecht van een arts doorbroken mocht worden in een strafrechtelijk onderzoek naar de dood door schuld van een patiënte. De patiënte was overleden na een medische ingreep en behandeling door de arts, waarna een strafrechtelijk onderzoek werd ingesteld. De arts beriep zich op het verschoningsrecht om het medisch dossier niet te hoeven overleggen.
De Hoge Raad overwoog dat het maatschappelijk belang dat de waarheid aan het licht komt kan prevaleren boven het verschoningsrecht, mits er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn. In dit geval was sprake van een verdenking van dood door schuld, een ernstig misdrijf met onherstelbare gevolgen, en waren de medische gegevens essentieel voor het onderzoek. Bovendien was er (veronderstelde) toestemming van de nabestaande voor het verstrekken van gegevens.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschoningsrecht niet bedoeld is om een verdachte arts te beschermen tegen onderzoek naar door hem gepleegde ernstige strafbare feiten jegens de patiënt. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het belang van waarheidsvinding zwaarder woog dan het verschoningsrecht, en dat de inbeslagname van het medisch dossier gerechtvaardigd was. De middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: Het beroep op het verschoningsrecht van de arts werd verworpen en het medisch dossier mocht worden overgelegd in het strafrechtelijk onderzoek.