ECLI:NL:PHR:2008:BE7628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlands recht en schadevergoeding bij huur hotelschip na verkoop
In deze zaak gaat het om de huur van een hotelschip 'Embrica Marcel' tussen Baros en Embrica, waarbij het schip tijdens de huurperiode werd verkocht aan een derde partij. De centrale vraag is of het Nederlandse huurrecht van toepassing blijft ondanks de verkoop, mede in het licht van art. 7A:1612 BW ('koop breekt geen huur') en de internationale privaatrechtelijke bepalingen uit het Verdrag van Rome (art. 4 lid 5 EVO Pro).
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtsverhouding tussen partijen, mede gelet op hun gedragingen en uitlatingen, zo moet worden uitgelegd dat Baros tegenover Embrica haar huurrechten behield, ondanks de verkoop van het schip. De toepassing van Nederlands recht door het hof wordt bevestigd, waarbij een restrictieve uitleg van art. 4 lid 5 EVO Pro passend is, en de vestigingsplaats van de verhuurder als reële aanknopingsfactor geldt.
Daarnaast wordt geoordeeld dat het hof onterecht niet alle door Baros ingebracht verweren tegen de schadevordering van Embrica heeft betrokken, met name inzake de omvang en aard van de herstelkosten en waterschade. Hierdoor is de motivering van het hof onvoldoende en is vernietiging op dit punt aangewezen. De zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling van de schade en de verweren, waarbij ook de toepasselijkheid van het recht kan worden heroverwogen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt toepassing Nederlands recht, vernietigt hofuitspraak wegens onvoldoende motivering en onvolledige beoordeling van verweren, en verwijst zaak voor hernieuwde beoordeling.