ECLI:NL:PHR:2008:BE9079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt normering partneralimentatie op basis van gezinsinkomen 2003
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie na hun echtscheiding. De man en vrouw waren sinds 1973 gehuwd en gingen in juni 2003 uit elkaar. De man veranderde zijn arbeidsituatie in 2003 door zelfstandig ondernemer te worden met hogere inkomsten dan daarvoor. De vrouw vorderde een alimentatiebijdrage van €5.800 per maand, terwijl de rechtbank een bedrag van €2.430 vaststelde, gebaseerd op het jaar 2003 als referentie voor de behoefte.
In hoger beroep handhaafde het hof het gebruik van het jaar 2003 voor de bepaling van de behoefte van de vrouw, waarbij het netto besteedbaar gezinsinkomen werd gehanteerd minus de kosten van de kinderen, en 60% van het restant als behoefte werd vastgesteld. De man stelde cassatieberoep in met het argument dat het hof onjuist het jaar 2003 had gekozen en dat het inkomen van 2002 of 2004 had moeten worden gebruikt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuist oordeel heeft gegeven door het jaar 2003 als referentie te nemen, omdat in dat jaar nog sprake was van samenwoning en het nieuwe inkomen van de man indicatief was voor de behoefte van de vrouw. Tevens werd geoordeeld dat het hof terecht de studiekosten en autokosten van de man buiten beschouwing liet, omdat de noodzaak daarvan niet was aangetoond.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de uitspraak van het hof Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het hofvonnis inzake partneralimentatie wordt bevestigd.