ECLI:NL:PHR:2008:BE9091
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen belang bij cassatieberoep inzake vrij te laten inkomen en belastingteruggaven in faillissement
Bij vonnis van 22 maart 2006 zijn verzoekers in staat van faillissement verklaard. De rechter-commissaris (r-c) stelde op grond van art. 21 lid 2 Faillissementswet Pro een vrij te laten bedrag per maand vast, inclusief vakantietoeslag en later vermeerderd met kosten voor medicijnen en eigen bijdrage thuiszorg.
Verzoekers dienden een verzoek in op grond van art. 69 Faillissementswet Pro om een bedrag van €5.444,- aan belastingteruggaven aan hen toe te wijzen, stellende dat deze teruggaven verband hielden met aantoonbare ziektekosten die als onderstand buiten de boedel moesten blijven. De curator betwistte dit en stelde dat deze teruggaven in de boedel vielen, omdat het faillissement het gehele vermogen op datum faillissement omvat.
De rechter-commissaris wachtte de definitieve aanslagen af en stelde het vrij te laten bedrag opnieuw vast, rekening houdend met zorg- en huurtoeslag en bijzondere ziektekosten. De rechtbank Almelo oordeelde dat verzoekers niet ontvankelijk waren in hoger beroep tegen de beschikking van de r-c en wees hun verzoek af, maar bepaalde dat de r-c het vrij te laten bedrag met terugwerkende kracht moest herzien.
De r-c stelde het vrij te laten inkomen per 1 april 2006 en 1 januari 2007 vast, waarbij rekening werd gehouden met toeslagen en ziektekosten. Later bepaalde de r-c dat het gehele huidige inkomen van failliet buiten faillissement bleef. Na het overlijden van een van de verzoekers trok de advocaat het cassatieberoep voor haar in. De Hoge Raad concludeert dat verzoekers geen belang meer hebben bij het cassatieberoep en beveelt verwerping.
Uitkomst: Hoge Raad wijst cassatieberoep af wegens gebrek aan belang van verzoekers.