ECLI:NL:PHR:2008:BE9820
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn na hervatting onderzoek
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van oplichting en verduistering in dienstbetrekking. Tijdens het hoger beroep werd het onderzoek aanvankelijk gesloten, maar later heropend om de strafzaak gelijktijdig met die van een medeverdachte af te doen.
De verdachte en zijn raadsman waren op de zitting van 14 september 2006 niet aanwezig, maar uit een eerder schrijven van de raadsman bleek dat zij op de hoogte waren van deze nadere terechtzitting. Het hof wees op 28 september 2006 arrest. Volgens de wettelijke bepalingen had de verdachte binnen veertien dagen na deze einduitspraak beroep in cassatie moeten instellen.
Omdat het cassatieberoep te laat werd ingediend, concludeerde de Procureur-Generaal dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad stelde de advocaat-generaal in de gelegenheid om zich alsnog over de middelen uit te laten en verwees de zaak naar de rolzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens overschrijding van de beroepstermijn na kennisname van de nadere terechtzitting.