ECLI:NL:PHR:2008:BF0407
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst wegens non-conformiteit en onderzoeksplicht bij rijksmonument
In deze zaak stond centraal de vraag of het door eiser gekochte rijksmonumentale pand de eigenschappen bezat die hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten, met name de belastbaarheid van de eerste verdiepingsvloer voor het beoogde gebruik als restaurant met feestzaal. Eiser had het pand gekocht van de gemeente en wilde het ombouwen tot restaurant, maar ontdekte na aankoop dat de vloeren niet geschikt waren voor dit gebruik. Hij weigerde de eigendomsoverdracht en vorderde ontbinding van de koopovereenkomst wegens non-conformiteit.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente tekortgeschoten was in haar mededelingsplicht omdat zij niet had geïnformeerd over een sterkteberekening uit 1991 waaruit bleek dat de vloer niet geschikt was. Het hof stelde echter dat eiser niet zonder meer mocht vertrouwen op de bouwkundige staat en dat hij een bijzondere onderzoeksplicht had, mede omdat hij werd gewezen op mogelijke constructieve problemen en de gemeente had aangedrongen op constructieve berekeningen. Het hof concludeerde dat het pand niet non-conform was en wees de ontbindingsvordering af.
Eiser voerde in hoger beroep nieuwe verweren aan, waaronder dat de gemeente hem had misleid over de waarde van het pand met taxatierapporten die pas na het tussenarrest werden ingebracht. Het hof verwierp deze nieuwe verweren wegens strijd met de goede procesorde. De Hoge Raad vernietigde het eindarrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, met name vanwege de procesorde en de vraag of de nieuwe verweren terecht waren afgewezen.
De Hoge Raad benadrukte de verhouding tussen mededelingsplicht en onderzoeksplicht, waarbij de mededelingsplicht primair is ter bescherming van de onvoorzichtige koper, maar dat in dit geval eiser voldoende was geïnformeerd en een bijzondere onderzoeksplicht had rusten. Tevens werd het belang van een goede procesorde bij het aanvoeren van nieuwe verweren in hoger beroep onderstreept.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het eindarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de verhouding tussen mededelingsplicht en onderzoeksplicht en de procesorde centraal staan.