ECLI:NL:PHR:2008:BF0411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonheffing bij inlening en aanneming van werk
De zaak betreft de vraag of de dagvaardingstermijn voor de Ontvanger van de Belastingdienst bij aansprakelijkstelling is verkort van twee maanden naar zes weken door de invoering van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast staat centraal of Transautex hoofdelijk aansprakelijk is voor naheffingsaanslagen loonheffing van de failliete vennootschap Tysco op grond van inlening/doorlening van personeel of aanneming van werk/eigenbouwerschap.
Tysco kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1992-1996, welke niet werden voldaan. Transautex werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld, wat zij betwistte. De rechtbank wees de vorderingen van de Ontvanger toe, het hof bekrachtigde dit. Transautex stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de parlementaire geschiedenis en beleidsregels omtrent de dagvaardingstermijn, waarbij wordt vastgesteld dat ondanks de Awb de termijn van twee maanden gehandhaafd blijft. Voorts wordt het begrip inlening en doorlening van personeel uitgelegd, waarbij Transautex als doorlener en inlener wordt aangemerkt. Ook het onderscheid tussen inlening en aanneming van werk wordt behandeld, waarbij de Hoge Raad benadrukt dat dit onderscheid in de praktijk moeilijk te maken is maar juridisch relevant blijft.
Ten slotte wordt het bewijsgebruik van het FIOD-rapport besproken, waarbij het hof oordeelde dat de Ontvanger toestemming had verkregen om het proces-verbaal voor fiscale doeleinden te gebruiken. De Hoge Raad constateert dat dit niet voldoende is betwist en dat het oordeel van het hof daarom standhoudt.
De conclusie van de A-G strekt tot vernietiging van het arrest van het hof en verwijzing voor nadere motivering over de aansprakelijkheid van Transautex als doorlener.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nadere motivering terug.