ECLI:NL:PHR:2008:BF0415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardevermindering overblijvende bij onteigening en toepassing voorzienbaarheidscriterium
In deze onteigeningszaak staat centraal de vraag of bij de bepaling van de waardevermindering van het overblijvende, veroorzaakt door het buiten het onteigende gelegen werk, het voorzienbaarheidscriterium uit de planschadejurisprudentie moet worden toegepast. Eiser c.s. zijn eigenaren van delen van percelen die onteigend zijn voor de aanleg van een nieuwe waterkering. De rechtbank had de waardevermindering van het overblijvende vastgesteld en daarbij het voorzienbaarheidscriterium toegepast, waardoor een deel van de schade voor rekening van eiser c.s. bleef.
Daarnaast is in cassatie aan de orde gesteld of de rechtbank de kosten van deskundige bijstand volledig had moeten vergoeden, ook voor preprocessuele werkzaamheden, en of de rente over het verschil tussen voorschot en definitieve schadeloosstelling samengesteld had moeten worden berekend. De rechtbank had slechts een deel van de kosten toegewezen en enkelvoudige wettelijke rente toegekend.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de verhouding tussen onteigeningsrecht en planschaderecht, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie zoals het arrest Railinfrabeheer/Sweeres. Hij bevestigt dat waardevermindering door het werk buiten het onteigende onder bepaalde voorwaarden tot vergoeding kan leiden, maar dat het voorzienbaarheidscriterium uit het planschaderecht niet zonder meer op de onteigeningsprocedure van toepassing is. Wel kan bij de bepaling van de schadeloosstelling rekening worden gehouden met redelijkheid en billijkheid.
Ten aanzien van de kosten van deskundige bijstand oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar motivering en mogelijk onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd door preprocessuele kosten buiten beschouwing te laten. Ook over de rentevergoeding is geoordeeld dat samengestelde rente of een hoger percentage dan de wettelijke rente verschuldigd kan zijn bij langdurig gemis van het definitieve bedrag.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Onteigeningswet, met name art. 40e en 41, en de relatie tot planschaderecht, en benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij kostenvergoeding en rente.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepassing van het voorzienbaarheidscriterium bij waardevermindering van het overblijvende en oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd over kostenvergoeding en rente, wat leidt tot heroverweging.