ECLI:NL:PHR:2008:BF0563
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrek voorarrest bij combinatie onvoorwaardelijke taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de juiste toepassing van art. 27 lid 1 Sr Pro met betrekking tot de aftrek van voorarrest bij een combinatie van een onvoorwaardelijke taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof had nagelaten het voorarrest van de onvoorwaardelijk opgelegde taakstraf af te trekken, hetgeen strijdig is met de wettelijke regeling en eerdere jurisprudentie (HR NJ 1997, 408).
De Hoge Raad stelt vast dat het hof dit had moeten doen en brengt zelf de correctie aan door twee uur per dag voorarrest in mindering te brengen op de opgelegde taakstraf. Tevens wordt bevestigd dat de vordering van de officier van justitie voldoende duidelijk is opgenomen in het arrest en dat het hof de bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke gevangenisstraf terecht heeft gesteld.
Daarnaast wordt geoordeeld dat de benadeelde partij zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd, en dat de verdachte de vordering niet betwist. De Hoge Raad verwerpt de overige middelen van cassatie en concludeert dat de belangen van de verdachte niet zijn geschaad. De uitspraak leidt tot een correctie van de strafoplegging zonder vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad corrigeert de aftrek van voorarrest op de taakstraf en verwerpt het cassatieberoep.