ECLI:NL:PHR:2008:BF1885
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw ondanks slachtoffer loverboy
De zaak betreft een 24-jarige vrouw die onder dwang van een loverboy als prostituee werkte en schulden had opgebouwd, waaronder bijstandsfraude en schadevergoeding zonder rijbewijs. De rechtbank wees haar verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens het niet te goeder trouw zijn bij het ontstaan van deze schulden. Het gerechtshof bekrachtigde dit oordeel en vond onvoldoende bewijs dat de schuldenaar niet verantwoordelijk was voor de schulden.
De schuldenaar stelde in cassatie dat haar vrije wil ontbrak door de invloed van de loverboy, maar de Hoge Raad oordeelde dat slachtofferschap niet automatisch betekent dat vrije wil ontbrak bij het ontstaan van schulden. Jurisprudentie uit het strafrecht over vrijwilligheid bij loverboyslachtoffers is niet zonder meer toepasbaar in dit civiele kader.
Verder besprak de Hoge Raad de zogenoemde 'wending ten goede' en het derde lid van artikel 288 Faillissementswet Pro, dat uitzonderingen op de goede trouw-eis mogelijk maakt. Hoewel de schuldenaar zich van de loverboy heeft losgemaakt en gemotiveerd is om haar leven te beteren, was dit volgens het hof onvoldoende concreet en duurzaam om haar nu toe te laten tot de regeling.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste afweging heeft gemaakt, waarbij de aard en omvang van de schulden relevant zijn voor de beoordeling van de saneringsgezindheid. De cassatie werd verworpen, waarmee de afwijzing van het verzoek definitief bleef.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van schulden ondanks slachtofferschap van een loverboy.