ECLI:NL:PHR:2008:BF3785
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk brandstichten met gemeen gevaar en vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor het opzettelijk stichten van brand in een container en op een binnenplaats, waarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor bewoners werd veroorzaakt. Het Hof baseerde zijn oordeel mede op de verklaring van de verdachte, getuigenverklaringen, technische onderzoeken en het ontbreken van een technische oorzaak voor de branden.
De verdediging voerde onder meer aan dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond voor het daderschap van de verdachte met betrekking tot de tweede brandhaard. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof slechts aannemelijk acht dat de verdachte ook de tweede brandhaard heeft veroorzaakt, maar dit is onvoldoende om het bewezen te verklaren. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is gesteld dat een reële mogelijkheid niet gelijkstaat aan bewijs dat geen redelijke twijfel toelaat.
Daarnaast werd een verzoek tot gedragsdeskundig onderzoek afgewezen, maar dit besluit bleef onbesproken omdat het niet de grondslag van het bestreden arrest vormde. Ook werd het recht op een redelijke termijn geschonden, wat tot strafvermindering zou moeten leiden.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het de bewezenverklaring, strafoplegging en beslissingen op vorderingen van benadeelden betreft en verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor de tweede brandhaard en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.