ECLI:NL:PHR:2008:BF3942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgstelling wegens ontbreken toestemming echtgenoot bij niet-normale bedrijfsuitoefening
In deze zaak stond centraal of een echtgenoot, die bestuurder en meerderheidsaandeelhouder is van een vennootschap, zonder toestemming van zijn partner zich borg kon stellen voor schulden van die vennootschap. De vennootschap [A] N.V. had een schuld overgenomen van een andere vennootschap [C] N.V., waarbij de echtgenoot borg stond voor vier wissels. De vraag was of deze borgstelling binnen de normale uitoefening van het bedrijf van [A] N.V. viel, waardoor toestemming niet nodig zou zijn.
De rechtbank wees de vordering tot vernietiging van de borgstelling af, maar het hof vernietigde deze borgstelling omdat het oordeelde dat de schuldovername en borgstelling geen normale bedrijfshandelingen waren. Het hof nam diverse omstandigheden in aanmerking, zoals de bijzondere achtergrond van de schuld, het feit dat Fortis niet betrokken was bij de financiering, en het verhoogde risico voor de vennootschap en de echtgenoot.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en wees op de wezenlijke beperking die de wet stelt aan de uitzondering op het toestemmingsvereiste. De Hoge Raad verwierp de klachten tegen het oordeel van het hof en benadrukte dat de beoordeling van wat tot de normale bedrijfsuitoefening behoort, sterk afhankelijk is van de concrete omstandigheden. De conclusie is dat de borgstelling niet binnen de normale bedrijfsuitoefening viel en daarom vernietigd moet worden.
Uitkomst: De borgstelling door de echtgenoot werd vernietigd omdat deze niet binnen de normale bedrijfsuitoefening viel en toestemming ontbrak.