ECLI:NL:PHR:2008:BF5062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij aanhouding met vervalste ov-kaart
Op 10 november 2006 werd in een tram te Rotterdam een persoon aangehouden wegens het gebruik van een vervalste ov-weekkaart. Deze persoon werd verhoord en dezelfde dag in persoon gedagvaard. Bij verstek werd aanvrager veroordeeld voor valsheid in geschrift en opzetheling. De herzieningsaanvraag stelt dat sprake is van persoonsverwisseling en dat aanvrager niet de aangehouden persoon was.
Ter onderbouwing zijn diverse stukken overgelegd, waaronder een werkgeversverklaring waaruit blijkt dat aanvrager op 10 november 2006 tussen 08.30 en 12.30 uur op kantoor in Delfzijl werkte, en een verklaring van de neef van aanvrager die bekent zich die dag van de naam van aanvrager te hebben bediend. Ook is een arbeidsovereenkomst en een verklaring van een trainer overgelegd die de aanwezigheid van aanvrager op een training op 9 november bevestigt.
De identiteit van de aangehouden persoon is niet gecontroleerd, en de opgegeven adresgegevens klopten niet. De handtekeningen van de aangehouden persoon op het proces-verbaal verschillen van die van aanvrager, maar het is mogelijk dat de neef heeft geprobeerd de handtekening na te maken. Gezien deze omstandigheden bestaat een ernstig vermoeden dat een andere persoon zich van de personalia van aanvrager heeft bediend.
De Hoge Raad concludeert dat de aanvrage gegrond is en dat, indien de rechter op de hoogte was geweest van deze feiten en omstandigheden, aanvrager zou zijn vrijgesproken. De veroordeling wordt daarom herzien.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens ernstige aanwijzingen van persoonsverwisseling.