ECLI:NL:PHR:2008:BF7414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag en hoofdverblijf minderjarige kinderen
De moeder stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem waarin het hof het gezamenlijk ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen bevestigde en het hoofdverblijf bij de vader bepaalde.
Het hof vernietigde een eerdere beschikking van de rechtbank Almelo voor zover deze het gezamenlijk gezag betrof, en stelde het gezamenlijk gezag opnieuw vast. De moeder voerde in cassatie aan dat de verblijfsstatus van haarzelf als argument onvoldoende werd meegewogen en dat het hof geen kennis had genomen van haar ingediende stukken, waardoor het recht op hoor en wederhoor zou zijn geschonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verblijfsstatus van de moeder wel degelijk had meegewogen, maar hieraan geen doorslaggevende betekenis had toegekend. Ook was het hof op de hoogte van de ingediende stukken en was het recht op hoor en wederhoor niet geschonden. De klachten werden verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro, zodat het cassatieberoep niet tot cassatie kon leiden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof Arnhem blijft in stand.