ECLI:NL:PHR:2008:BF8932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep vader niet-ontvankelijk wegens verstreken termijn ondertoezichtstelling
De zaak betreft een cassatieberoep van een vader tegen een beschikking van het hof 's-Gravenhage die een ondertoezichtstelling van zijn vier minderjarige kinderen bekrachtigde. De kinderen verblijven bij de moeder na ontbinding van het huwelijk, en vanwege spanningen en emotionele problemen is een gezinsvoogd aangesteld om verdere schade te voorkomen.
Het cassatieberoep werd binnen de termijn ingesteld, maar na het verstrijken van de oorspronkelijke ondertoezichtstellingsperiode. Hoewel de ondertoezichtstelling inmiddels was verlengd, was deze verlengingsbeschikking niet bij het verzoekschrift gevoegd en werd er geen informatie over de gronden verstrekt.
De Hoge Raad stelt dat een cassatieberoep tegen een beschikking met een termijn voor een maatregel niet-ontvankelijk is als die termijn is verstreken. Een verlenging van de termijn geeft een zelfstandige beschikking die op zichzelf moet worden aangevochten. Omdat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken, werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd afgezien van inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader is niet-ontvankelijk verklaard wegens het verstrijken van de oorspronkelijke termijn van de ondertoezichtstelling.