ECLI:NL:PHR:2008:BG0970
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens correcte mondelinge melding oprichting inrichting motorvoertuigen
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij een inrichting voor motorvoertuigen oprichtte zonder dit ten minste vier weken vooraf schriftelijk te melden aan het bevoegd gezag, zoals vereist in art. 6 van Pro het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer.
Het Hof oordeelde dat verdachte wel degelijk contact had opgenomen met de gemeente Veendam en de voorgenomen verhuizing van zijn autohandelsbedrijf had gemeld, zij het mondeling. Het Hof achtte deze mondelinge melding voldoende en zag geen reden om aan de verklaring van verdachte te twijfelen, waardoor de tenlastelegging niet bewezen werd geacht.
De Procureur-Generaal stelde in zijn conclusie dat het Hof de term "melding" in art. 6 van Pro het Besluit niet onjuist had uitgelegd en dat de vrijspraak daarom terecht was. Er is geen schriftelijke meldingsplicht voorgeschreven en het doel van de bepaling wordt ook gediend door een mondelinge melding. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken omdat de mondelinge melding van de oprichting van de inrichting voldoende werd geacht.