ECLI:NL:PHR:2008:BG1681
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg werkingssfeerbepaling Vut-CAO bij ondernemings-CAO en gelijkwaardigheidseis
Deze zaak betreft de uitleg van de werkingssfeerbepaling in de algemeen verbindend verklaarde Vut-CAO voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. [Verweerster], een transportonderneming met een eigen ondernemings-CAO, stelde zich op het standpunt dat zij niet onder de Vut-CAO valt en daarom geen premie aan de Stichting verschuldigd is. De Stichting betwistte dit en vorderde betaling van de Vut-bijdrage.
De kantonrechter wees de vordering van de Stichting af en kende [verweerster] een bedrag toe wegens te veel geïnde premie. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de werkingssfeer van de Vut-CAO en de Arbeidsvoorwaarden-CAO redelijkerwijs samen moeten vallen. Het hof oordeelde dat ondernemingen met een eigen ondernemings- of bedrijfstak-CAO niet aan de aanvullende voorwaarden van gelijkwaardigheid en hoofdactiviteit hoeven te voldoen, die wel gelden voor ondernemingen met een eigen arbeidsvoorwaardenpakket.
In cassatie werd betoogd dat deze uitleg onjuist is en dat het doel van uniformering van arbeidsvoorwaarden binnen de bedrijfstak wordt miskend. De Hoge Raad oordeelt dat de uitleg van het hof standhoudt, mede gelet op het ministeriële Toetsingskader 1998 dat overlapping van CAO's voorkomt door uitzonderingen voor ondernemings- en subsector-CAO's. De Hoge Raad benadrukt dat de werkingssfeerbepalingen van de Vut-CAO en de Arbeidsvoorwaarden-CAO op elkaar afgestemd moeten zijn en dat de ministeriële dispensatieprocedure niet de beoordeling van de werkingssfeer vervangt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.