1 Ontleend aan rov. 2.1-2.8 van het bestreden arrest.
2 Opmerking A-G: in de argumentatie van partijen, in het vonnis in eerste aanleg en in het arrest van het hof, speelt de opmaak van de bepaling een rol. Ten aanzien van de desbetreffende argumentatiepunten komen de opmaak in het vonnis en in het arrest overeen met de weergave in het Besluit van de Minister van SZW van 12 februari 2004, Bijvoegsel Stcrt. 16-02-2004, nr. 31. Daarmee komt ook overeen de hierboven - in de originele geprinte, van mijn handtekening voorziene versie van mijn conclusie - weergegeven opmaak.
3 Besluit van de Minister van SZW van 13 juli 2001, Bijvoegsel Stcrt. 17-07-2001, nr. 135.
4 Als voetnoot 2; hier gaat het om de weergave van het in voetnoot 3 genoemde besluit.
5 De reconventionele vordering is in cassatie niet meer aan de orde, aangezien de Stichting in het vonnis in reconventie heeft berust (zie rov. 3.1 van het bestreden arrest).
6 LJN AZ8862, ook gepubliceerd in JAR 2007, 47.
7 Opmerking A-G: overgelegd als productie 2 bij MvG. Zie voor het vervolg: hof Arnhem op 21 maart 2006, LJN: AW1762; zie ook de dupliek van mr. Van Staden ten Brink onder 2.
8 Arrest van 12 januari 2007; de cassatiedagvaarding is uitgebracht op 10 april 2007.
9 Vgl. o.m. HR 31 mei 2002, NJ 2003, 110 en HR 28 juni 2002, NJ 2003, 111 m.nt. Heerma van Voss; HR 2 april 2004, NJ 2005, 495; HR 12 januari 2007, NJ 2007, 47; HR 18 april 2008, NJ 2008, 245.
10 Zie in de sedert HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 m.nt. Du Perron (DSM/Fox) verschenen rechtspraak onder meer: HR 2 april 2004, NJ 2005, 495 m.nt. Du Perron (Arriva/[...]); HR 25 juni 2004, NJ 2006, 213 m.nt. Verhulp (Zonnehof); HR 11 november 2005, JAR 2005, 286 ([...]/NPC); HR 18 april 2008, NJ 2008, 245 (Mustert).
11 S.F. Sagel, De objectief-tekstuele uitleg van CAO-bepalingen: betekenis en reikwijdte (I), ArbeidsRecht 2003/11, p. 17.
12 Hetgeen daarvóór (vanaf p. 4 onderaan) onder 'Onderdeel 1' is vermeld, is een inleiding.
13 Als voetnoot 4.
14 Hierin verschilt het artikel uit de Arbeidsvoorwaarden-CAO evenwel van de bepaling uit de Vut-CAO. In de laatste bepaling, waar het in cassatie om gaat, ontbreekt dit woord 'regelingen' en volgt de voorwaarde van de gelijkwaardigheid direct achter het arbeidsvoorwaardenpakket. Zie ook hierna nr. 4.17.
15 Evenzo de s.t. namens de Stichting, onder 17.
16 Vgl. voetnoot 2.
17 Stcrt. 1998, 240. Dit is de versie die van kracht was bij de algemeen-verbindendverklaring van de onderhavige branche-CAO's. Zie over het Toetsingskader 1998: Grapperhaus, T&C Arbeidsrecht (2004), Wet AVV, Inl. opm., aant. 4. Een wijziging van het Toetsingskader van 1998 per 1 januari 2007, Stcrt. 2006, 232, komt verderop ter sprake.
18 Vgl. Grapperhaus, T&C AVV, Inl. opm., aant. 5 en art. 2, aant. 8; Fase/Van Drongelen, CAO-recht, Het recht met betrekking tot CAO's en de verbindendverklaring en onverbindendverklaring van bepalingen ervan (2004), p. 145-155; Bakels c.s., Schets van het Nederlandse arbeidsrecht (2007), p. 245; Loonstra/Zondag, Arbeidsrechtelijke themata (2008), p. 614.
19 Vgl. bijv. Grapperhaus, T&C AVV, Inl. opm., aant. 5.
20 Ongetwijfeld zullen de hier gebruikte termen 'horizontaal' en 'verticaal' in deze context eerder zijn gebruikt, maar ik kon ze in de door mij geraadpleegde literatuur niet terugvinden.
21 Vgl. Fase/Van Drongelen, a.w. (2004), p. 155-156, p. 225, p. 226 onder (5.5); A.T.J.M. Jacobs, Herijking van de algemeen verbindend verklaring van CAO's, in: CAO-recht in beweging (2005), p. 44-45; Bakels c.s., a.w. (2007), p. 245; Loonstra/Zondag, a.w. (2008), p. 614 en p. 616.
22 Grapperhaus, T&C AVV, Inl. opm., aant. 5 en art. 2, aant. 8; Heerma van Voss/Van Slooten, NJB 2007, p. 2200 (2201).
23 Volgens Jacobs, t.a.p. (2005), p. 45 werd dit begin jaren '90 van de vorige eeuw nog ondenkbaar geacht.
24 Zie Fase/Van Drongelen, a.w. (2004), p. 226, voor de fundamentele bezwaren die daartegen bestaan.
25 Vgl. Bakels c.s., a.w. (2007), p. 252, die wijzen op toenemende weerzin tegen CAO's op sector- en bedrijfstakniveau en een groeiende behoefte aan eigen, aangepaste arbeidsvoorwaardenpakketten met keuzemogelijkheden (cafetariasysteem); en vgl. Loonstra/Zondag, a.w. (2008), p. 588-589, die in dit verband spreken van het ontstaan van 'cappuccino-cao's' of 'cafetaria-cao's'.
26 Grapperhaus, T&C AVV, Inl. opm., aant. 5; Jacobs (2005), t.a.p.
27 Vgl. Jacobs, a.w. (2005), p. 24, p. 27-28, p. 33.
28 Jacobs, a.w. (2005), p. 44-45.
29 Vgl. Fase, De schone CAO-schijn, SMA 2004/2, p. 55 (57).
30 Zie Fase/Van Drongelen, a.w., p. 226, voor de fundamentele bezwaren die tegen inhoudstoetsing bestaan.
31 Fase, a.w. (2004), p. 57. Zie over deze ontwikkeling ook Loonstra/Zondag, a.w. (2008), p. 590-591 en 617.
32 Jacobs, a.w. (2005), p. 46, die in dit verband ook de LVB noemt (de vakbond waarmee de ondernemings-CAO van [verweerster] is gesloten, zie hiervoor in nr. 2.4). Heerma van Voss en Van Slooten, NJB 2007, p. 2204 scharen de LVB onder een marginale bond: een bond met een zeer laag ledental. Met de term 'gele bonden worden bonden aangeduid die op ondernemingsniveau ontstaan en daarbij in meer of mindere mate worden gesteund door de werkgever. Zie ook Grapperhaus, Representativiteit van werknemersorganisaties, in: CAO-recht in beweging (2005), p. 115-116 (en 109), die naast de gele bonden als mogelijkheid om onder een in de bedrijfstak gesloten CAO uit te komen, de 'Vallenduuk-variant' (zie hiervoor in nr. 2.4) noemt.
33 Althans aan het gevaar van verwijt van een onvoldoende geëxpliciteerde politieke stellingname.
34 Vgl. over een alternatief parcours nog Jacobs, a.w. (2005), p. 46: 'Kiest de werkgever voor een CAO met een huisbond of een excentrieke bond, dan riskeert hij wel dat hij te maken krijgt met acties (stakingen e.d.) van de andere vakbonden, die hem toch onder een met hen te sluiten CAO willen brengen. [...] Het probleem is dus langs de geëigende wegen van de klassenstrijd op te lossen, maar zelden beschikken de bona fide bonden over zoveel macht, dat ze dat aankunnen. Daarom rijst de vraag of het probleem niet met juridische middelen aangepakt moet worden.'
35 Stcrt. 2006, 232, p. 24 e.v. Zie over deze wijziging: Heerma van Voss/Van Slooten, a.w. (NJB 2007), p. 2204-2205; Christe/Koot-van der Putte, Wet AVV, een robuust compromis tussen vrijheid, dwang en behoefte aan diversiteit, SMA 2008, nr. 2, p. 98 (102).
36 Christe/Koot-van der Putte, t.a.p. Zie ook Beltzer/Duk, Actualiteiten in het CAO-recht, SMA 2008, nr. 2, p. 71 (72).
37 Fase/Van Drongelen, a.w. (2004), p. 139; Bakels c.s., a.w. (2007), p. 243; Loonstra/Zondag, a.w. (2008), p. 613.
38 Zie cassatiedagvaarding, p. 6, eerste en tweede volle alinea, en in de schriftelijke toelichting nrs. 13, 14 en 15.
39 Waarvan eiseres tot cassatie klaarblijkelijk een verlengstuk is.
40 Vgl. de procedurele regeling als vermeld in par. 3 van het Toetsingskader 1998.
41 Vgl. nr. 4.23 e.v.
42 Vgl. nr. 4.39.
43 Ik merk nog op - voor zover nodig in het kader van de in cassatie aan te nemen uitgangspunten - dat de Stichting in feitelijke instanties heeft geprobeerd de LVB, kort samengevat, als 'gele bond' te kwalificeren (zie bijvoorbeeld ook rov. 3.2), maar daarin blijkens (de in cassatie niet bestreden) rov. 3.4 van 's hofs arrest niet is geslaagd.
44 Vgl. nr. 4.38.
45 Vgl. nr. 4.40.
46 En (annis 2004-2006) zonder nadere voorwaarden ten aanzien van de representativiteit van de CAO-sluitende bond aan werknemerszijde.
47 Vgl. nr. 4.25 hiervoor met voetnoot 19.