ECLI:NL:PHR:2008:BG1691
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Verdachte was door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen van verschillende diefstal- en oplichtingsfeiten, waaronder diefstal met geweld en opzetheling. Tegen dit vonnis stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De aanzegging van het cassatieberoep werd op 8 april 2008 betekend, waarna de termijn voor het indienen van de schriftelijke middelen op 9 juni 2008 afliep. Verdachte heeft echter geen middelen van cassatie binnen deze termijn ingediend.
Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro kan verdachte daardoor niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen van middelen.