ECLI:NL:PHR:2008:BG1809
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid van aanbod nieuwe huurovereenkomst met strijdige bepalingen na verwijzing
In deze zaak draait het om de vraag of het hof na verwijzing door de Hoge Raad binnen de grenzen van de rechtsstrijd is gebleven bij de beoordeling van een aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst dat bepalingen bevat die in strijd zijn met dwingendrechtelijke voorschriften.
De Stichting Het Groene Licht bood een nieuwe huurovereenkomst aan voor exploitatie van een kantine op een nieuw terrein, welke door de wederpartij werd afgewezen wegens onredelijkheid. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het aanbod niet onredelijk was, maar de Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar het hof.
Het hof oordeelde vervolgens dat het aanbod onredelijk was omdat de Stichting bewust bepalingen had opgenomen die strijdig waren met dwingendrechtelijke voorschriften, waardoor de wederpartij het procesrisico en de last van een discussie over nietigheid of vernietigbaarheid zou moeten dragen. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, waarbij werd benadrukt dat het hof niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden en dat het risico voor de wederpartij onaanvaardbaar was.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en concludeerde dat het hof zijn taak als verwijzingsrechter en appelrechter niet had miskend. De Stichting is tekortgeschoten in haar contractuele verplichtingen jegens de wederpartij en dient schadevergoeding te vergoeden.
De zaak illustreert de grenzen van redelijkheid en billijkheid bij het doen van een aanbod na verwijzing en het belang van het vermijden van onredelijke procesrisico's voor partijen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd waarin het aanbod van de Stichting onredelijk werd geoordeeld.