ECLI:NL:PHR:2008:BG1811
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afgewezen verzoek vader tot informatieverschaffing over minderjarig kind wegens belang kind
In deze zaak heeft de vader op grond van artikel 1:377b lid 1 BW verzocht om informatie te ontvangen van de moeder over zijn minderjarige dochter. De rechtbank wees het verzoek toe onder de voorwaarde van een indirecte informatievoorziening. Het hof stelde echter vast dat het belang van het kind zodanig was dat het eerste lid van artikel 1:377b BW buiten toepassing moest blijven, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Het hof motiveerde dit besluit met de psychische belasting die de moeder ondervindt vanwege de ingrijpende gebeurtenissen in het verleden, waaronder het feit dat de vader de vader van de moeder heeft gedood en daarvoor een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling heeft gekregen. Deze psychische belasting heeft een weerslag op het welzijn van de dochter, die nog niet vrij is van angsten en spanningen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast door het belang van het kind voorop te stellen en het verzoek af te wijzen. Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot informatieverschaffing over zijn minderjarige dochter wordt afgewezen wegens het belang van het kind.