4. De aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 januari 2007 gehechte pleitnota houdt, voor zover hier van belang, in:
"Cliënt heeft in deze zaak gezegd dat zijn verklaringen zoals die bij de politie afgelegd zijn, niet kloppen. Is dat de verklaring van een veroordeelde "drugsdealer" die nu onder de ontnemingsvordering uit probeert te komen, of is er in deze zaak nu meer aan de hand, is denk ik de grote vraag.
Ik heb sterk de indruk -en druk mij dan genuanceerd uit- dat er in deze zaak meer aan de hand is. Wat ik als eerste belangrijk vind te vermelden, is dat cliënt bij de politie nimmer met een tolk gehoord is. Cliënt heeft danwel een Nederlands paspoort, doch is geboren en opgegroeid op de Nederlandse Antillen. Nederlands is daar wel de officiële taal, doch er mag niet uit het oog worden verloren dat een niet onaanzienlijk deel van de bevolking op de Antillen het Nederlands niet, althans niet naar behoren beheerst. Cliënt, die een eenvoudige jongen is die met zijn handen werkt (beroep timmerman), zegt dat hij het Nederlands in die periode niet goed beheerste. Hij was toen pas in Nederland, ging in Nederland met name met Antillianen om, sprak thuis met zijn vrouw Papiaments en heeft het Nederlands niet tot zijn eigen gemaakt in de maanden dat hij in Nederland verbleef. Cliënt geeft aan dat communicatie bij de verhoren erg moeilijk ging en dat zulks ook voor de verbalisanten duidelijk geweest moet zijn.
De verdediging meent dat onder deze omstandigheden nimmer de verklaring van cliënt zoals bij de politie afgelegd, als uitgangspunt genomen kan worden. In de zaak Kamasinski nam het EHRM terecht aan dat de verdachte het recht heeft op tolkenbijstand. Uit de richtlijnen van het college van procureursgeneraal komt naar voren dat in zaken waarbij de verdachte niet in Nederland geboren is, danwel er twijfels zijn over zijn beheersing van de Nederlandse taal, er een tolk ingeschakeld dient te worden. In deze zaak had dat ook moeten gebeuren. Nu dat niet gebeurd is, meen ik dat de verklaring van cliënt bij de politie niet meegenomen kan worden bij de berekening van het te ontnemen bedrag.
Wat cliënt verder heeft gezegd is dat de dreiging van de politie om zijn vriendin, die een zeer verantwoordelijke baan had bij de [A] bank, lang(er) vast te zullen houden als hij maar niet verklaarde, ook heeft meegespeeld bij de totstandkoming van zijn verklaring. Met name de verbalisant die cliënt als "[betrokkene]" kent (naar alle waarschijnlijkheid [verbalisant 1]) had in deze een belangrijke rol. Zijn vriendin, aldus cliënt, had niets met zijn zaken van doen, wist niets van zijn zaken, doch werd ook door de politie aangehouden. Cliënt wilde dat zij naar huis ging. Er is hem ook expliciet in de verhoren kenbaar gemaakt dat hij, enkel door te verklaren, kon bewerkstelligen dat zijn vriendin naar huis kon gaan.
Deze wijze van totstandkomen van de verklaringen van cliënt bij de politie, is in de optiek van de verdediging een andere grond voor het uitsluiten van de inhoud van die verklaringen bij de politie bij de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Mocht u in principe anders denken over het gebruik van de verklaringen van cliënt, dan verzoek ik u vriendelijk een tussenarrest te wijzen teneinde en de verbalisanten (en dan met name [verbalisant 1]) als getuigen voor een nieuw te bepalen zittingsdatum op te roepen."