ECLI:NL:PHR:2008:BG3466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf voor ontucht met minderjarigen ondanks cassatie over redelijke termijn
De zaak betreft een verdachte die door het Hof te 's-Gravenhage is veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige en haar vriendinnen. De feiten dateren uit eind 2003, waarbij de verdachte misbruik maakte van de kwetsbare positie van de slachtoffers.
De verdediging voerde onder meer aan dat de redelijke termijn was overschreden en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom een hogere straf werd opgelegd dan door het Openbaar Ministerie was geëist. De Hoge Raad oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatiefase heeft plaatsgevonden en dit leidt tot strafvermindering.
Daarnaast stelt de Hoge Raad dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom het een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde, mede gelet op de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte. De motiveringsplicht van het hof is niet geschonden, aangezien het niet verplicht was afzonderlijk in te gaan op alle door de verdediging genoemde factoren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf, maar wijst het cassatieberoep voor het overige af. De zaak benadrukt het belang van een tijdige behandeling en een deugdelijke motivering van de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de strafoplegging en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.