ECLI:NL:PHR:2008:BG3577

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00592
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a RvArt. 292 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving indieningstermijn en vormvereisten

In deze zaak heeft de verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Het eerste cassatieverzoekschrift, ingediend door een advocaat bij het hof, voldeed niet aan de vereisten van artikel 426a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat vereist dat het verzoekschrift door een advocaat bij de Hoge Raad wordt ingediend.

Het tweede verzoekschrift, wel correct ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad, werd echter te laat ingediend, na het verstrijken van de cassatietermijn zoals bepaald in artikel 292 lid 5 van Pro de Faillissementswet. De Hoge Raad volgt de jurisprudentie dat niet-naleving van deze vorm- en termijnvereisten leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De conclusie van de Advocaat-Generaal is dan ook dat de verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep, waarmee het beroep feitelijk wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van indieningstermijn en vormvereisten.

Conclusie

08/00592
mr. L. Timmerman
Parket, 31 oktober 2008
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
(hierna [verzoeker])
Verzoeker tot cassatie
1. Het hof heeft bij arrest van 1 februari 2008 het vonnis van de rechtbank, waarin het verzoek van [verzoeker] tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, bekrachtigd.
2.1 Bij verzoekschrift van 8 februari 2008 heeft een in Amsterdam gevestigde advocaat beroep in cassatie ingesteld tegen het hofarrest. Op 14 februari 2008 is een cassatieverzoekschrift ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad.
2.2 Art. 426a lid 1Rv vereist dat het cassatieverzoekschrift wordt ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad. Het verzoekschrift van 8 februari 2008 voldoet niet aan deze eis. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het niet voldoen aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv leidt tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker.(1) Het verzoekschrift van 14 februari voldoet wel aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv. Uit art. 292 lid 5 Fw Pro (resp. lid 4 oud) volgt echter dat dit verzoekschrift te laat is ingediend.(2) Verzoeker dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
3. Conclusie
Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Zie bijvoorbeeld HR 26 januari 2007, RvdW 2007, 126.
2 De cassatietermijn bedraagt acht dagen.