ECLI:NL:PHR:2008:BG3577
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving indieningstermijn en vormvereisten
In deze zaak heeft de verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Het eerste cassatieverzoekschrift, ingediend door een advocaat bij het hof, voldeed niet aan de vereisten van artikel 426a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat vereist dat het verzoekschrift door een advocaat bij de Hoge Raad wordt ingediend.
Het tweede verzoekschrift, wel correct ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad, werd echter te laat ingediend, na het verstrijken van de cassatietermijn zoals bepaald in artikel 292 lid 5 van Pro de Faillissementswet. De Hoge Raad volgt de jurisprudentie dat niet-naleving van deze vorm- en termijnvereisten leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dan ook dat de verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep, waarmee het beroep feitelijk wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van indieningstermijn en vormvereisten.