ECLI:NL:PHR:2008:BG3590
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
De verzoeker heeft bij de Rechtbank Zwolle-Lelystad een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek werd op 8 april 2008 afgewezen. Het Hof Arnhem heeft dit vonnis op 7 augustus 2008 bekrachtigd. De verzoeker stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
In het geding stond centraal of de schulden van verzoeker te goeder trouw waren ontstaan, zoals vereist in artikel 288 lid 1 onder Pro b van de Faillissementswet. De verzoeker en zijn echtgenote exploiteerden samen drie horecaondernemingen. Er waren tegenstrijdige verklaringen over de mate van betrokkenheid van verzoeker bij de bedrijfsvoering, hetgeen het hof aanleiding gaf te twijfelen aan de goede trouw van verzoeker.
De Hoge Raad concludeert dat de tegenstrijdige stellingen van verzoeker en zijn echtgenote ertoe leiden dat niet aannemelijk is gemaakt dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan. De klachten van verzoeker tegen het oordeel van het hof worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden.