ECLI:NL:PHR:2008:BG3714
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in lopende pachtprocedure op grond van overgangsrecht
In deze zaak staat centraal of cassatieberoep mogelijk is tegen een beslissing van het hof Arnhem in een lopende procedure over een pachtovereenkomst die is aangevangen onder het oude pachtrecht. De procedure was gestart vóór de inwerkingtreding van het nieuwe pachtrecht per 1 september 2007, maar de beslissing van het hof werd daarna gegeven.
De Hoge Raad overweegt dat het oude pachtrecht cassatieberoep tegen beslissingen van het Arnhemse hof uitsloot. De nieuwe wet bevat geen specifieke overgangsregels voor procesrecht, maar verwijst naar de algemene overgangsregel van art. 74 Overgangswet Pro nieuw BW. Deze bepaalt dat lopende procedures qua bevoegdheid, aard en rechtsmiddelen worden afgewikkeld naar het oude recht.
De Hoge Raad concludeert dat de onder het oude recht geldende uitsluiting van cassatieberoep ook geldt voor zaken die bij de inwerkingtreding van het nieuwe recht al aanhangig waren. Daarom is het cassatieberoep van verzoeker niet-ontvankelijk. De zaak illustreert de toepassing van overgangsrechtelijke regels op procesrechtelijke aspecten van lopende procedures bij wetswijzigingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het onder het oude pachtrecht aangevangen procedure geen cassatieberoep toestaat.