ECLI:NL:PHR:2008:BG3719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase zonder vernietiging van ontnemingsmaatregel
In deze zaak heeft het gerechtshof te Leeuwarden vastgesteld dat verzoeker een wederrechtelijk voordeel van € 37.834,86 heeft behaald uit het in werking hebben van een hennepplantage en heeft hem verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing en klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
De Hoge Raad constateerde dat het cassatieberoep op 1 augustus 2006 werd ingesteld en dat de zaak pas op 2 september 2008 voor het eerst werd behandeld, waardoor meer dan twee jaar waren verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. Desondanks vond de Hoge Raad dat deze overschrijding geen aanleiding geeft tot vernietiging van de ontnemingsmaatregel.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat, hoewel de redelijke termijn is overschreden, er geen ambtshalve gronden zijn om de beslissing te vernietigen. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase niet automatisch leidt tot een strafvermindering of vernietiging van de beslissing in ontnemingszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep ondanks de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.