ECLI:NL:PHR:2008:BG3828
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen beroep tegen oproeping door griffier namens rechter-commissaris in faillissementsprocedure
In deze zaak staat centraal of een brief van de griffier, namens de rechter-commissaris verzonden om verzoeker op te roepen voor verhoor, kan worden aangemerkt als een beschikking waartegen beroep mogelijk is op grond van artikel 67 van Pro de Faillissementswet. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk omdat de oproep geen beschikking is. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigt dat de oproepbrief, hoewel namens de rechter-commissaris verzonden, een maatregel is die enkel dient om de geregelde gang van het getuigenverhoor te waarborgen en geen beschikking vormt in de zin van artikel 67 Faillissementswet Pro. De oproep is dus niet vatbaar voor beroep. Tevens wijst de Hoge Raad erop dat verzoeker zijn verzoek tot uitstel van verhoor beter rechtstreeks bij de rechter-commissaris had kunnen indienen.
De Hoge Raad wijst ook de klacht af dat het ontbreken van een rechtsmiddel tegen de oproep in strijd zou zijn met fundamentele rechten, aangezien er nog geen dwangmiddelen zijn toegepast en het verzoek om uitstel op andere wijze mogelijk is. De conclusie is dat het beroep niet-ontvankelijk is en wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep tegen de oproepbrief van de griffier namens de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard.