ECLI:NL:PHR:2008:BG3841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstalzaak
De aanvrager is bij verstek veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen bij een inbraak op 5 mei 2004. De veroordeling berustte op de opgave van persoonsgegevens door de aangehouden persoon, die overeenkwamen met die van de aanvrager, hoewel deze persoon geen legitimatie toonde.
Later ontstonden twijfels over de identiteit van de aangehouden verdachte, mede doordat de medeverdachte hem een andere naam toedichtte en de politie bij nader onderzoek een verdachtefoto vond die niet overeenkwam met de aanvrager. De aanvrager stelde dat sprake was van persoonsverwisseling en diende een herzieningsverzoek in.
De Hoge Raad concludeert dat het bewijs van daderschap uiterst mager is en dat het nieuw onderzoek een ernstig vermoeden oplevert dat de aanvrager niet de dader was. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.