ECLI:NL:PHR:2008:BG4265
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring voorwaardelijk opzet bij aanrijding ex-partner en kind
In deze zaak werd verdachte door het gerechtshof veroordeeld voor poging tot doodslag door het met opzet aanrijden van zijn ex-partner en hun zoontje. Het hof stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had, omdat hij vol gas gaf zonder zich ervan te vergewissen waar de slachtoffers zich bevonden en hij er rekening mee had moeten houden dat zij zich nog in de buurt van de auto bevonden.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had vastgesteld dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat de slachtoffers voor de auto zouden lopen en dat hij die kans op de koop toe had genomen. Het hof had vooral culpa (onvoorzichtigheid) vastgesteld, wat onvoldoende is voor voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad concludeerde dat de bewijsmiddelen niet zodanig waren dat het oordeel van voorwaardelijk opzet zich opdrong. De bewezenverklaring en de strafoplegging werden daarom vernietigd. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsoverweging bij het aannemen van voorwaardelijk opzet, waarbij niet alleen rekening moet worden gehouden met de gedragingen, maar ook met het bewustzijn van de verdachte omtrent de aanmerkelijke kans op het gevolg.
Uitkomst: De bewezenverklaring van voorwaardelijk opzet en de strafoplegging werden door de Hoge Raad vernietigd wegens onvoldoende bewijs.