ECLI:NL:PHR:2008:BG5088
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt maatstaf abstracte schadeberekening bij explosieve marktprijsontwikkeling
In deze zaak stond de vraag centraal of bij de berekening van schadevergoeding de explosieve prijsontwikkeling op de onroerendgoedmarkt in de periode 1996-2000 moest worden meegenomen, ondanks dat deze prijsstijging in 1996 niet voorzienbaar was. Het Hof Amsterdam had geoordeeld dat de schadeberekening abstract moest plaatsvinden en dat de verweerders redelijkerwijs van de prijsstijging hadden kunnen profiteren indien de wanprestatie niet had plaatsgevonden.
De eiser stelde dat de voorzienbaarheid een rol speelt bij de toerekening van schade op grond van artikel 6:98 BW Pro en dat de explosieve prijsontwikkeling niet voorzienbaar was, waardoor deze niet in de schadeberekening betrokken mocht worden. Het Hof verwierp deze stellingen en handhaafde de abstracte schadeberekening.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep moet worden verworpen omdat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de voorzienbaarheid niet relevant is voor de maatstaf van schadeberekening in deze context. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam voor verdere afdoening van resterende kwesties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam wordt bekrachtigd.