ECLI:NL:PHR:2008:BG5801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens ontbreken van verplichte motorrijtuigverzekering
De kantonrechter te Utrecht heeft verdachte op 12 juli 2007 veroordeeld wegens het niet hebben van een verplichte verzekering voor een motorrijtuig met kenteken AA-00-BB op 19 juli 2006. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld. Later is door de advocaat van verdachte een aanvraag tot herziening ingediend met een verklaring van een verzekeraar, gedateerd 10 augustus 2007, waaruit blijkt dat op 19 juli 2006 wel een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) van kracht was.
Verdachte had tijdens de terechtzitting verklaard verzekerd te zijn op die datum en had de verzekeraar verzocht dit schriftelijk te bevestigen. De verklaring werd pas na het vonnis ontvangen. De Hoge Raad oordeelt dat het bestaan van deze verklaring niet verenigbaar is met de eerdere bewijzen en dat, indien de kantonrechter hiervan op de hoogte was geweest, hij tot vrijspraak zou zijn gekomen.
Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing volgens artikel 467, eerste lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor nieuwe behandeling.