ECLI:NL:PHR:2008:BG6287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij verkeersovertreding
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een persoon die bij verstek veroordeeld is wegens overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 op 29 augustus 2004. De verzoeker stelt dat er sprake is van persoonsverwisseling en dat hij niet de dader is van de bewezen verklaarde feiten.
Ter onderbouwing van dit verzoek zijn diverse stukken overgelegd, waaronder correspondentie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), proces-verbaal van de politie en nadere onderzoeken naar de echtheid van het rijbewijs dat bij de aanhouding is getoond. Uit het onderzoek blijkt dat het gebruikte rijbewijs vals was en dat de identiteit van de bestuurder niet zorgvuldig is vastgesteld.
Desondanks concludeert de Hoge Raad dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling aan te nemen zoals vereist in art. 457, eerste lid, onder 2° Sv. De eerdere bevindingen van het CBR en politieonderzoek bieden geen overtuigend bewijs dat de verzoeker niet de bestuurder was. Het verzoek tot herziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.