ECLI:NL:PHR:2008:BG6299

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01058 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor vernieling

In deze zaak is door de aanvrager een verzoek tot herziening van een onherroepelijk vonnis ingediend, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van vernieling. Uit onderzoek en correspondentie van de hoofdofficier van justitie blijkt dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling, waarbij een andere verdachte zich voordeed als de aanvrager. Deze persoonsverwisseling was ten tijde van de berechting onbekend.

De hoofdofficier van justitie heeft bevestigd dat het betaalde bedrag door de aanvrager inmiddels is terugbetaald en dat de justitiële documentatie dient te worden opgeschoond. Het ernstige vermoeden bestaat dat de politierechter, indien hij op de hoogte was geweest van de persoonsverwisseling, de aanvrager zou hebben vrijgesproken.

De Hoge Raad concludeert daarom dat de aanvraag tot herziening gegrond is en beveelt, indien nodig, opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling conform artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof.

Conclusie

Nr. 08/01058H
Zitting: 21 oktober 2008
Mr. Schipper
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. De politierechter in de Rechtbank te Zwolle-Lelystad heeft de aanvrager bij onherroepelijk vonnis van 12 oktober 2006 wegens "medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen", veroordeeld tot een geldboete van € 230,-.
2. Namens de aanvrager heeft mr. J. Bouwers, medewerker van de Stichting Schaderegelingskantoor voor rechtsbijstandverzekering te Zoetermeer, bij brief van 20 mei 2008 herziening gevraagd van het vonnis van de politierechter op de grond dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling.(1) Dit was niet bekend ten tijde van de berechting.
3. Ter staving van deze stelling is aan de aanvraag onder meer gehecht een brief van 10 oktober 2007 geadresseerd aan mr. J. Bouwers afkomstig van de hoofdofficier van justitie te Zwolle-Lelystad, die het volgende inhoudt:
"Ik vermoed dat er inderdaad sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Nader onderzoek -ook naar een oplossing van de kwestie- vindt op dit moment plaats, maar het past reeds thans mijn verontschuldigingen aan te bieden. Ik ga ervan uit dat u deze zult overbrengen aan uw cliënt. Van het nader onderzoek zult u in kennis worden gesteld.
Inmiddels is het bedrag van € 470,85 door het CJIB aan uw cliënt terugbetaald. Ik verzoek u de resterende schade nader te specificeren en te staven."
4. Voorts bevindt zich bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken een brief van 11 december 2007 van mr. W.B.M. Tomesen, hoofdofficier van justitie te Zwolle-Lelystad, gericht aan het College van Procureurs-Generaal. Die brief houdt het volgende in:
"Naar aanleiding van een persoonsverwisseling is [aanvrager] veroordeeld voor een vernieling op 10 juli 2006. De verdachte is [betrokkene] die zich voor gaf te zijn [aanvrager]. Zoals uit de stukken blijkt is de financiële kant van de zaak op een bevredigende wijze afgedaan. Rest nog het "schonen" van de justitiële documentatie. De heer J. Bouwers namens [aanvrager] heeft te kennen gegeven te willen opteren voor een aanvraag tot herziening."
5. Uit de hiervoor onder 3 en 4 bedoelde brieven volgt dat de hoofdofficier van justitie bevestigt dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Een zekere [betrokkene] heeft na diens aanhouding op verdenking van vernieling gebruik gemaakt van de identiteit van aanvrager.(2) Voorts houden die brieven in dat inmiddels het door de aanvrager betaalde bedrag is gerestitueerd en dat nog opschoning van de registratie in de Justitiële Documentatie van de aanvrager dient plaats te vinden.(3)
6. Het voorgaande doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de politierechter bij bekendheid met deze feiten en omstandigheden de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv, is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 In een telefonisch gesprek van 16 september 2008 en in een brief van 17 september 2008 heeft mr. H. Eigenberg, advocaat te Leeuwarden, bevestigd dat de brief van 20 mei 2008 van mr. J. Bouwers opgevat dient te worden als een herzieningsverzoek zijdens de aanvrager.
2 Zie ook: het proces-verbaal van verhoor van aanvrager van 13 juli 2007, met dossiernummer PL04TR/06-084164, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent Politie regio IJsselland, District Midden, in het hoofdbureau van politie Zwolle.
3 Uit de voorliggende stukken blijkt dat de registratie van de veroordeling in de Justitiële Documentatie inmiddels is omgezet in een sepot 01. Met deze aanvraag tot herziening wenst de aanvrager echter te bewerkstelligen dat de registratie in zijn geheel wordt doorgehaald in de Justitiële Documentatie.