ECLI:NL:PHR:2008:BG6471
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt stuiting verjaring bij dwangsom invordering en wijst verzet toe
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een dwangbevel dat door de gemeente Roerdalen is uitgevaardigd voor de invordering van bestuurlijke dwangsommen. De dwangsommen waren opgelegd wegens het niet beëindigen van het gebruik van een bouwwerk. De verjaringstermijn van zes maanden, zoals bedoeld in artikel 5:35 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), liep vanaf de datum waarop de dwangsom verbeurd was.
De gemeente had de verjaringstermijn meerdere malen gestuit door middel van een brief waarin betaling werd geëist en de betekening van het dwangbevel. Het hof had geoordeeld dat de verjaring niet was voltooid, maar het verzet van eiser was afgewezen. In cassatie stelde eiser dat de verjaringstermijn wel was verstreken.
De Hoge Raad bevestigde dat de stuitingsregeling van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing is op de verjaring van dwangsommen en dat de gemeente de verjaring tijdig had gestuit. Omdat de gemeente niet had gesteld dat na de laatste stuiting een nieuwe stuiting had plaatsgevonden, oordeelde de Hoge Raad dat het verzet gegrond is en wees het arrest van het hof af. De Hoge Raad besloot de zaak zelf af te doen en wees het verzet toe.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzet toe en stelt het dwangbevel buiten werking vanwege juiste stuiting van de verjaring.