ECLI:NL:PHR:2008:BG7047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling Opiumwet overtreding
De aanvraagster werd bij vonnis van de politierechter te Haarlem veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet. De veroordeling betrof een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Na de veroordeling ontstond het vermoeden dat niet de aanvraagster, maar een ander de overtreding had begaan.
Op 4 juni 2006 werd op Schiphol een persoon aangehouden die reisde met een paspoort op naam van de aanvraagster. Onderzoek door de Koninklijke Marechaussee en de Dienst Nationale Recherche Informatie wees uit dat de vingerafdrukken van de aanvraagster niet overeenkwamen met die van de aangehouden persoon en dat de politiefoto van de aangehouden persoon niet overeenkwam met de aanvraagster. De aangehouden persoon werd herkend als een bekende van de moeder van de aanvraagster.
De politierechter verklaarde het bezwaarschrift van de aanvraagster gegrond en schortte het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis op. De Hoge Raad concludeert dat er sprake is van een ernstige vermoeden van persoonsverwisseling, waardoor de aanvraagster waarschijnlijk onterecht is veroordeeld.
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt waar nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling en afdoening volgens artikel 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak voor herbehandeling naar het gerechtshof.