ECLI:NL:PHR:2008:BG7954
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens roken in trein op grond van persoonsverwisseling
De aanvrager werd veroordeeld wegens het roken in een trein op 6 september 2006, terwijl het bewijs van ontslag uit de penitentiaire inrichting Zoetermeer aantoont dat hij op dat moment gedetineerd was. Het proces-verbaal vermeldt dat de identiteit van de roker werd vastgesteld aan de hand van een paspoort, maar navraag leert dat het niet meer te achterhalen is hoe de identiteit destijds is gecontroleerd.
Er bestaat een ernstig vermoeden dat sprake is van persoonsverwisseling, omdat een ander zich mogelijk met de personalia van de aanvrager heeft geïdentificeerd. De aanvrager beschikte over meerdere identiteitsbewijzen, waardoor het aannemelijk is dat iemand anders zich met zijn identiteit heeft voorgedaan.
Gezien het 'in dubio pro reo'-beginsel oordeelt de Hoge Raad dat de kantonrechter, indien bekend met deze feiten, de aanvrager zou hebben vrijgesproken. Daarom verklaart de Hoge Raad het herzieningsverzoek gegrond, schorst zonodig de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling wegens ernstig vermoeden van persoonsverwisseling.