ECLI:NL:PHR:2008:BG8870
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij poging tot doodslag
Aanvrager is op 1 juni 2006 door de Rechtbank Rotterdam veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag. De herzieningsaanvraag stelt dat sprake is van persoonsverwisseling, onderbouwd met bewijs dat aanvrager zich in het buitenland bevond tijdens de strafzaak en dat de veroordeelde een andere persoon is.
De aanvraag bevat onder meer een paspoort met een stempel van een internationaal vliegveld in Marokko, verklaringen van hoofdagenten die aangeven dat de gedetineerde niet aanvrager is, en proces-verbalen die dit ondersteunen. Tevens is vastgesteld dat het proces-verbaal waarop de veroordeling is gebaseerd niet aan aanvrager toebehoorde.
De Hoge Raad concludeert dat deze feiten en omstandigheden, indien bekend geweest bij de rechtbank, waarschijnlijk tot vrijspraak hadden geleid. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.