ECLI:NL:PHR:2008:BG8870

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11022 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 457 lid 1 onder 2° SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij poging tot doodslag

Aanvrager is op 1 juni 2006 door de Rechtbank Rotterdam veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag. De herzieningsaanvraag stelt dat sprake is van persoonsverwisseling, onderbouwd met bewijs dat aanvrager zich in het buitenland bevond tijdens de strafzaak en dat de veroordeelde een andere persoon is.

De aanvraag bevat onder meer een paspoort met een stempel van een internationaal vliegveld in Marokko, verklaringen van hoofdagenten die aangeven dat de gedetineerde niet aanvrager is, en proces-verbalen die dit ondersteunen. Tevens is vastgesteld dat het proces-verbaal waarop de veroordeling is gebaseerd niet aan aanvrager toebehoorde.

De Hoge Raad concludeert dat deze feiten en omstandigheden, indien bekend geweest bij de rechtbank, waarschijnlijk tot vrijspraak hadden geleid. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 07/11022 H
Mr Fokkens
Zitting: 28 oktober 2008
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Aanvrager is op 1 juni 2006 door de Rechtbank te Rotterdam wegens poging tot doodslag veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. Tevens heeft de Rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 105,- in combinatie met de maatregel ex art. 36f Sr te vervangen door 2 dagen hechtenis. Dit vonnis is onherroepelijk nu daartegen geen rechtsmiddel is ingesteld.
2. De herzieningsaanvrage is ingediend door mr. M.C. Bekkering, advocaat te Rotterdam.
3. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van persoonsverwisseling.
4. Ter onderbouwing van de stelling wordt in de aanvrage, kort samengevat, aangevoerd dat (a) aanvrager zich in het buitenland bevond op het moment dat de strafzaak werd gevoerd en het proces-verbaal vermeldt dat de verdachte aldaar aanwezig is; (b) aanvrager zich bij de politie heeft vervoegd op hetzelfde moment dat de man die in de onderhavige zaak was veroordeeld, zich in detentie bevond; (c) een verklaring van een hoofdagent van politie dat de man die gedetineerd was in verband met het onderhavige feit en daarvoor later door de Rechtbank is veroordeeld een ander is dan aanvrager alsmede (d) een hoofdagent van politie die bij de zaak betrokken is geweest, heeft verklaard dat het proces-verbaal dat hij destijds heeft opgemaakt geen betrekking heeft op aanvrager alsmede.
5. Ten laste van aanvrager is bewezen verklaard dat 'hij op 20 juli 2005 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet [slachtoffer] meermalen, met een mes, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid'.
6. De Rechtbank heeft de zaak met parketnummer 10/691341-05 behandeld op 18 mei 2006, 24 april 2006 en 2 november 2005. De persoon die uiteindelijk is veroordeeld, was gedurende die periode preventief gedetineerd. Bij de aanvrage is overgelegd een kopie van een op naam van aanvrager gesteld (Marokkaans) paspoort waarin door de autoriteiten van internationaal vliegveld Nador, Marokko een stempel is geplaatst met als datum 24 januari 2006. Dit vormt een aanwijzing dat aanvrager zich niet in Nederland bevond op het moment dat de persoon die uiteindelijk is veroordeeld gedetineerd was. Met andere woorden: De Rechtbank heeft niet aanvrager veroordeeld maar een andere persoon. Ik merk hier nog op dat in het overgelegde paspoort een verblijfsaantekening is geplaatst door de Vreemdelingenpolitie Rotterdam-Rijnmond met als nummer [001] waarvan het paspoortnummer overeenkomt met het aan aanvrager afgegeven paspoort. Op dit punt kom ik terug.
7. Voorts wordt in de herzieningsaanvrage aangevoerd dat aanvrager zich bij de politie heeft vervoegd op een moment dat de uiteindelijk veroordeelde persoon preventief was gedetineerd. Bij de aanvrage is een kopie gevoegd van een proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van politie. In het proces-verbaal relateert [verbalisant 1] dat aanvrager zich op 9 mei 2006 heeft geïdentificeerd aan de hand van een geldig reisdocument en dat de man die zich bij het bureau identificeerde geen gelijkenis vertoonde met de foto van de man die zich blijkens het politiesysteem op dat moment onder de naam [van aanvrager] in detentie bevond.
8. Bij de herzieningsaanvrage is een proces-verbaal gevoegd dat is opgemaakt door [verbalisant 2], hoofdagent van politie. Het proces-verbaal van bevinden bevat het relaas van een onderzoek naar de identiteit van de persoon die zich op 23 augustus 2005 in voorlopige detentie bevond in verband met het feit waarop de herzieningsaanvrage betrekking heeft. Daaruit blijkt - kort gezegd - dat de man die zich op dat moment in detentie bevond niet dezelfde man was als de man die op dezelfde dag aanwezig was op het adres [a-straat 1] te [plaats] en zich daar legitimeerde met het vreemdelingendocument [001]. Het proces-verbaal besluit met de conclusie dat het 'wel duidelijk is dat de persoon wonende aan de [a-straat 1] te [plaats], genaamd [aanvrager] geboren 1958 te [geboorteplaats] en bij de Vreemdelingenpolitie bekend is onder V-nummer [001] niet de persoon is die op dit moment gedetineerd zit voor parketnummer 10/691341-05'. Ook dit vormt een aanwijzing dat de man die terecht heeft gestaan en is veroordeeld een ander is dan aanvrager.
9. Onduidelijk is overigens waarom van laatstgenoemd onderzoek ruim acht maanden later proces-verbaal is opgemaakt, te weten op 10 mei 2006. Wel is duidelijk dat dit proces-verbaal zich niet bij de stukken bevond waarover de Rechtbank beschikte. Dat blijkt uit een aan het origineel van het proces-verbaal gehecht stuk van de Politie Rotterdam-Rijnmond met het verzoek het proces-verbaal te voegen bij parketnummer 691341/05. Het verzoek is gedateerd 7 juli 2006, en dateert derhalve van na de datum waarop de Rechtbank vonnis heeft gewezen. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 mei 2006 is niet uitgewerkt nu tegen het vonnis geen rechtsmiddel is ingesteld.
10. Voorts is bij de herzieningsaanvrage een proces-verbaal gevoegd dat is opgemaakt door hoofdagent van politie [verbalisant 3] die de verdachte in de onderhavige zaak heeft aangehouden. In het proces-verbaal verklaart [verbalisant 3] dat de man die destijds in verband met de onderhavige zaak is aangehouden zich niet heeft gelegitimeerd en dat die man bij zijn aanhouding evenmin documenten bij zich droeg waarmee zijn identiteit kon worden achterhaald. Voorts versta ik de verklaring van [verbalisant 3] in dat proces-verbaal 'Hierbij herroep ik alles gerelateerd in proces-verbaal nummer 2005253712-36' aldus dat hij terugkomt op de in laatstgenoemd proces-verbaal gerelateerde vaststellingen van de identiteit van de persoon die zich toen in detentie bevond.
11. Kort samengevat komt de herzieningsaanvrage erop neer dat de man die in verband met de onderhavige zaak is aangehouden, vervolgens preventief is gedetineerd en op 1 juni 2006 door de Rechtbank te Rotterdam is veroordeeld, een ander is dan aanvrager.
12. Hetgeen hierboven uiteen is gezet doet ernstig vermoeden ontstaan dat, ware die feiten en omstandigheden de Rechtbank bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid tot vrijspraak van de veroordeelde (art. 457 lid 1 onder Pro 2° Sv).
13. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank van 1 juni 2006 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,