ECLI:NL:PHR:2008:ZC8117
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing terugwerkende kracht wetswijziging omzetbelasting aan communautair vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de Wet van 18 december 1995 (Stb. 95/659) die de regeling voor belaste verhuur van onroerende zaken wijzigde en met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995, 18.00 uur in werking trad. De belanghebbende, een stichting die een verzorgingstehuis exploiteert, voerde aan dat zij op grond van de oude regeling recht had op aftrek van omzetbelasting over investeringen in het pand, terwijl de Inspecteur dit afwees op basis van de nieuwe regeling.
Het Hof bevestigde de afwijzing en oordeelde dat de overgangsregeling van de Wet Stb. 95/659 niet van toepassing was omdat niet voldaan werd aan de vereisten, zoals het bestaan van een schriftelijke huurovereenkomst vóór de genoemde datum. De belanghebbende stelde in cassatie dat de terugwerkende kracht van de wetswijziging in strijd is met het communautaire vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en het algemene beginsel van behoorlijk bestuur.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel deel uitmaakt van de communautaire rechtsorde en dat het HvJ EG in eerdere arresten (zoals Belgocodex en Schloßstraße) heeft bepaald dat terugwerkende kracht in beginsel mogelijk is mits het rechtmatige vertrouwen van betrokkenen wordt gerespecteerd en de terugwerkende kracht noodzakelijk is voor het bereiken van het doel van de maatregel.
De conclusie bespreekt uitgebreid de jurisprudentie van het HvJ EG over terugwerkende kracht, het recht op aftrek van voorbelasting en de voorwaarden waaronder wetswijzigingen met terugwerkende kracht zijn toegestaan. Ook wordt ingegaan op de overgangsregeling van de Wet Stb. 95/659, de motieven van de wetgever en de vraag of het vertrouwensbeginsel in individuele gevallen bescherming biedt.
De conclusie eindigt met het voorleggen van prejudiciële vragen aan het HvJ EG over de verenigbaarheid van de terugwerkende kracht van de Wet Stb. 95/659 met het communautaire recht, met name over de toepassing van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en de herziening van reeds verleende aftrek van voorbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJ EG over de terugwerkende kracht van de Wet Stb. 95/659 en de toepassing van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.