ECLI:NL:PHR:2009:BB0437
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen omzetbelasting verschuldigdheid bij overheidshandelingen en herzieningsrecht bij onterechte facturering
Belanghebbende, de gemeente Moerdijk, sloot in 1998 een overeenkomst met het Rijk over de realisatie van de Hogesnelheidslijn, waarbij zij kosten maakte en declaraties indiende met vermelding van omzetbelasting. Het Rijk betaalde deze bedragen inclusief omzetbelasting, maar bracht zelf geen voorbelasting in aftrek. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en boete op wegens niet voldane omzetbelasting.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende als overheid handelde en niet als ondernemer, waardoor geen omzetbelasting verschuldigd was. Tevens stelde het Hof dat de declaraties als facturen met vermelding van omzetbelasting konden worden aangemerkt en dat herziening mogelijk was ondanks het ontbreken van een creditfactuur of terugbetaling.
De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente niet als ondernemer handelde en dat artikel 37 Wet Pro OB niet van toepassing is op niet-ondernemers die werkzaamheden verrichten in het kader van publiekrechtelijke taken. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het recht op herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting bestaat zonder dat herstel van de factuur of terugbetaling vereist is, mits het gevaar voor verlies van belastinginkomsten is uitgeschakeld. De cassatieberoepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen omzetbelasting verschuldigd is en recht heeft op herziening zonder creditfactuur of terugbetaling.