ECLI:NL:PHR:2009:BB0704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op teruggaaf Nederlandse omzetbelasting voor in VK gevestigd reisbureau
Belanghebbende is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigd reisbureau dat all-inclusive reizen naar Nederland aanbiedt en optreedt als ondernemer volgens artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. Het geschil betreft het recht op teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting die aan belanghebbende in rekening is gebracht voor kosten zoals transport en verblijf. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat de diensten als één enkele prestatie worden beschouwd en dat de plaats van dienst in het Verenigd Koninkrijk ligt.
De Hoge Raad overweegt dat Nederland artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn niet heeft geïmplementeerd, waardoor belanghebbende vrijstaat een beroep te doen op de Wet OB. Uit jurisprudentie volgt dat belanghebbende één dienst verricht, bestaande uit het verstrekken van een volledige reis, en dat de plaats van dienst wordt bepaald door de zetel van de bedrijfsuitoefening, hier het Verenigd Koninkrijk.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het recht op teruggaaf van omzetbelasting afhankelijk is van de mate van aftrekgerechtigdheid in de lidstaat van vestiging. Aangezien belanghebbende in het Verenigd Koninkrijk geen recht op aftrek heeft voor de betreffende prestaties die de reizigers rechtstreeks ten goede komen, bestaat er ook geen recht op teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting. Het cassatieberoep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het reisbureau heeft geen recht op teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting.