ECLI:NL:PHR:2009:BB3463
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Recht op teruggaaf Nederlandse omzetbelasting voor buiten-EU gevestigd reisbureau
Belanghebbende, een in Zwitserland gevestigd reisbureau, organiseerde pakketreizen naar Nederland en vroeg teruggaaf van in Nederland aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Het geschil betrof of zij recht had op teruggaaf en of zij één of meerdere prestaties verrichtte, en waar die prestaties plaatsvonden.
Het Hof stelde dat belanghebbende meerdere prestaties verrichtte en dat ten minste één prestatie in Nederland plaatsvond, waardoor teruggaaf werd geweigerd omdat dit tot een gunstigere positie zou leiden dan Nederlandse belastingplichtigen. Belanghebbende stelde in cassatie dat zij één enkele dienst verrichtte en dat de plaats van dienst volgens artikel 6 Wet Pro OB in Zwitserland lag.
De A-G concludeerde dat belanghebbende inderdaad één enkele dienst verrichtte, bestaande uit het leveren van een volledig verzorgde reis, en dat de plaats van dienst in Zwitserland was. De reisbureauregeling van artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn is niet in de Nederlandse wet geïmplementeerd, waardoor belanghebbende zich op de Wet OB kan beroepen. De A-G achtte het beroep op teruggaaf terecht en adviseerde het cassatieberoep gegrond te verklaren.
De conclusie benadrukt dat het recht op teruggaaf voor niet-EU-ondernemers minder restrictief is dan voor EU-ondernemers en dat het weigeren van teruggaaf in dit geval onterecht was. De zaak behandelt uitgebreid de plaats van dienst, de eenheid van de prestatie en de verhouding tussen Europese richtlijnen en nationale wetgeving.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op teruggaaf van de Nederlandse omzetbelasting over 2001.