ECLI:NL:PHR:2009:BC4307
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Accijnsheffing en brandstoffenbelasting op afvalolie gebruikt als brandstof na bewerking
Belanghebbende X B.V. verzamelt en levert afvalolie die na bewerking door afnemers wordt gebruikt als brandstof voor verwarming. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op wegens accijns en brandstoffenbelasting over deze afvalolie. Het Hof 's-Gravenhage oordeelde dat de afvalolie een minerale olie is die onder artikel 28 van Pro de Wet op de accijns valt en dat de afvalolie al bij aflevering als brandstof bestemd was, waardoor accijns en brandstoffenbelasting verschuldigd zijn.
Belanghebbende stelde dat de afvalolie pas na bewerking bruikbaar is als brandstof en dat zij daarom niet als accijnsgoed kan worden aangemerkt bij aflevering. Ook voerde zij aan dat de inzamelvergunning bescherming biedt tegen naheffingen. Het Hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de afvalolie gelijkgesteld kan worden met zware stookolie en dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.
De Hoge Raad stelt dat niet is vastgesteld of de afvalolie bij aflevering dezelfde is als de door afnemers gebruikte brandstof en onder welke GN-code de afvalolie valt, hetgeen relevant is voor de vraag of de afvalolie buiten een accijnsgoederenplaats zonder accijns mag worden voorhanden gehouden. De Hoge Raad concludeert dat de zaak moet worden vernietigd en terugverwezen voor nadere feitelijke vaststellingen. Tevens bespreekt de conclusie de complexe accijns- en brandstoffenbelastingregelgeving, waaronder de toepasselijkheid van de Structuurrichtlijn en de Horizontale richtlijn, en het systeem van schorsing en verschuldigdheid van accijns.
Uitkomst: De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nadere feitelijke vaststellingen over de aard van de afvalolie en toepasselijke accijnstarieven.