ECLI:NL:PHR:2009:BD3571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing nultarief intracommunautaire levering en bewijsvereisten omzetbelasting
De zaak betreft een geschil over de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen door belanghebbende aan Belgische afnemers. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op wegens het niet kunnen aantonen van het vervoer naar een andere lidstaat en de status van de afnemers als ondernemers.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende terecht aanspraak had gemaakt op het nultarief, mede omdat de Inspecteur stukken tardief had ingediend en niet meer mocht reageren. Het Hof baseerde zich onder meer op een verzoek van de Belgische belastingdienst en een verklaring van een vervoersonderneming.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat het bewijs onvoldoende was en dat het Hof ten onrechte de stukken van de Inspecteur niet in behandeling had genomen. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het Hof onjuist of onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat het nultarief terecht was toegepast en dat de bewijslast bij belanghebbende blijft, ook bij verlies van administratie.
Daarnaast is geoordeeld dat het Hof niet de vereiste belangenafweging heeft gemaakt bij de tardiefverklaring van stukken van de Inspecteur. De conclusie adviseert de Hoge Raad het beroep van de Staatssecretaris gegrond te verklaren en de zaak zelf af te doen.
Uitkomst: Hoge Raad concludeert dat het Hof onjuist oordeelde dat het nultarief terecht werd toegepast en adviseert het beroep van de Staatssecretaris gegrond te verklaren.