ECLI:NL:PHR:2009:BD5470
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht gemeente om rioolrecht kostendekkend bij eigenaren te heffen
Belanghebbende, eigenaar van een onroerende zaak aangesloten op de gemeentelijke riolering, maakte bezwaar tegen de aanslag rioolrecht 2006 van de gemeente Nijmegen. De gemeente hief het rioolrecht uitsluitend bij zakelijk gerechtigden, waarbij de volledige rioleringskosten werden gedekt. De rechtbank verklaarde de verordening onverbindend wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat gebruikers niet werden betrokken. Het hof vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling van overige geschilpunten.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat alle kosten van de gemeentelijke riolering aan alleen eigenaren in rekening mogen worden gebracht zonder strijd met de wet of rechtsbeginselen. Het evenredigheidsbeginsel is van toepassing op de heffingsmaatstaf binnen de groep belastingplichtigen, maar niet op de keuze van de groep zelf. De Hoge Raad bevestigde dat gemeenten beleidsvrijheid hebben om het rioolrecht bij eigenaren of gebruikers te heffen en dat een kostendekkende heffing bij eigenaren niet willekeurig of onredelijk is.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende die stelden dat de verordening in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en dat de WOZ-waarde niet als heffingsgrondslag mocht dienen. De zaak werd niet inhoudelijk door de Hoge Raad behandeld vanwege terugwijzing door het hof, maar de conclusie van de Procureur-Generaal leidde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De procedure benadrukt de beleidsvrijheid van gemeenten en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel op de tariefstelling binnen de belastingplichtigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de gemeente mag het rioolrecht kostendekkend bij eigenaren heffen.