ECLI:NL:PHR:2009:BD9216
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over juiste douanetariefindeling warmtedeken voor medische doeleinden
In deze zaak staat de juiste tariefindeling van een warmtedeken centraal, die wordt gebruikt om patiënten tijdens operaties op temperatuur te houden. Belanghebbende had een bindende tariefinlichting (BTI) aangevraagd voor indeling onder post 9018 90 85 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT), maar de Inspecteur had het product ingedeeld onder post 3926 90 99. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de warmtedeken niet onder post 3005 (watten, gaas, verband) valt omdat het niet dient ter bescherming of afdekking van een wond, en evenmin onder post 9018 omdat het geen directe instrumentele functie bij een medische ingreep heeft.
In cassatie betoogt belanghebbende dat het Hof ten onrechte de reikwijdte van post 9018 beperkt heeft en dat de warmtedeken wel degelijk als apparaat voor geneeskundige doeleinden moet worden gezien. De Hoge Raad bevestigt dat de warmtedeken geen watten, gaas of verband is en dus niet onder post 3005 valt. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de warmtedeken als apparaat of toestel voor de geneeskunde kan worden aangemerkt, mede gelet op de medische bestemming, de objectieve kenmerken en het feit dat het gebruik onder medisch toezicht plaatsvindt.
De Hoge Raad benadrukt dat de indeling van goederen primair op objectieve kenmerken en eigenschappen moet worden gebaseerd, waarbij de bestemming een objectief criterium kan zijn indien deze inherent is aan het product. De warmtedeken voldoet aan deze criteria en moet daarom met toepassing van de algemene regel 3a worden ingedeeld onder de meer specifieke post 9018 90 85. Het beroep op een eerdere teruggaafbeschikking wordt verworpen omdat dit geen invloed heeft op de juiste tariefindeling in deze procedure.
Uitkomst: De warmtedeken moet worden ingedeeld onder post 9018 90 85 van het Gemeenschappelijk douanetarief.