ECLI:NL:PHR:2009:BD9223
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over levering activa vennootschap in vereffening en omzetbelasting
De zaak betreft de omzetbelastingheffing over de overdracht van alle activa en passiva van een besloten vennootschap in liquidatie aan haar enige aandeelhouder in het kader van de vereffening. De vennootschap had haar statutaire zetel van Nederland naar België verplaatst en was in vereffening gesteld. De vraag was of deze overdracht een levering tegen vergoeding was in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad bevestigt dat de vennootschap ondanks de zetelverplaatsing dezelfde rechtspersoon blijft en dat de overdracht van activa en passiva in het kader van de vereffening een levering is. Echter, de levering is niet onder bezwarende titel verricht omdat de verkrijger de onderneming onmiddellijk vereffent en er geen voor-wat-hoort-wat relatie bestaat tussen partijen. Hierdoor is geen omzetbelasting verschuldigd over de waarde van het jacht en andere activa.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de tenaamstelling van de naheffingsaanslag en oordeelt dat ondanks de naamwijziging van de vennootschap de aanslag terecht aan de juiste rechtspersoon is opgelegd. Ook wordt ingegaan op de vraag of een opgelegde verhoging terecht is, waarbij wordt geoordeeld dat een vaststellingsovereenkomst is gesloten over de hoogte van de verhoging.
De conclusie is dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd indien de overdracht niet als een prestatie onder bezwarende titel wordt gezien, en dat de verhoging dan ook niet terecht is. De zaak bevat uitgebreide beschouwingen over de toepassing van Europese richtlijnen op de omzetbelasting en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is onterecht opgelegd omdat de overdracht van activa en passiva in het kader van de vereffening niet onder bezwarende titel heeft plaatsgevonden.