ECLI:NL:PHR:2009:BG3460
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid betekening dagvaarding in Suriname volgens uitleverings- en rechtshulpverdrag
In deze zaak stond de vraag centraal of de betekening van een dagvaarding aan een verdachte in Suriname rechtsgeldig was, nu deze per gewone brief was verzonden terwijl art. 14 van Pro de Overeenkomst tussen Nederland en Suriname inzake uitlevering en rechtshulp in strafzaken verzending per aangetekend schrijven voorschrijft.
De verdachte was door het Gerechtshof veroordeeld en stelde cassatie in tegen de nietigheid van de dagvaarding wegens het niet naleven van de voorgeschreven betekeningwijze. De verdediging stelde dat de dagvaarding nietig was omdat deze niet volgens het Protocol via de Minister van Justitie van Suriname was verzonden en niet aangetekend was bezorgd.
De Hoge Raad analyseerde de toepasselijke verdragsartikelen en het Protocol en concludeerde dat art. 1 van Pro het Protocol niet van toepassing is op de rechtstreekse toezending van processtukken aan personen met een bekende verblijfplaats in Suriname. Art. 14 van Pro de Overeenkomst bepaalt dat processtukken rechtstreeks bij aangetekend schrijven moeten worden toegezonden, maar de Hoge Raad oordeelde dat verzending per gewone brief niet per se tot nietigheid leidt. Jurisprudentie toont dat dit afhangt van de inhoud van het toepasselijke verdrag.
De Hoge Raad stelde dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend en dat het Hof terecht de zaak niet had aangehouden. De verdachte werd geacht vrijwillig afstand te hebben gedaan van zijn recht op aanwezigheid bij de behandeling. Het middel tot cassatie faalde en de uitspraak van het Hof bleef in stand.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is rechtsgeldig betekend aan de verdachte in Suriname ondanks verzending per gewone brief.